Stel, study tips online, je denkt aan een tweede loopbaan, je bent professional en probeert te overleven in een dynamische arbeidsmarkt, of je geeft leiding en wilt in jouw organisatie een leercultuur creëren. Het gamma van opleidingen en leerprojecten in Nederland is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Ik zie dagelijks hoe de overgangen tussen formeel onderwijs, thuisstudie, bedrijfstrainingen en laagdrempelige buurtprojecten vermengen. Dat biedt veel kansen, maar maakt de zoektocht naar een kwalitatief en eerlijk traject ook moeilijker. In dit artikel zet ik bewezen trends op een rij, bied ik eerlijke reviews van aanbieders en geef ik advies waarmee je vandaag nog aan de slag kunt. Ik baseer me daarbij uit wat ik in de praktijk bij onderwijsprojecten door heel Nederland ontmoet, van mbo-practoraten tot online microcredentials.
Het beëindigen van het STAP-budget begin 2023 bracht veel mensen op het verkeerde been. In tegenstelling tot een universele scholingssubsidie van maximaal 1.000 euro per persoon, zijn we nu beland in een lappendeken van regelingen die per sector, regio en doelgroep verschillen. Ik observeer dat omscholers naar kraptesectoren zoals de techniek, zorg en het onderwijs nog altijd volop kansen vinden via regionale mobiliteitsteams en de krapte-subsidies van UWV. Daarnaast stijgt het Levenlanglerenkrediet aan populariteit, een laagdrempelige lening met gunstige voorwaarden voor wie een erkende opleiding volgt. Mijn advies is om telkens eerst te kijken naar jouw cao: bijna elke sector heeft een O&O-fonds dat opleidingen deels of volledig vergoedt, vaak zonder dat collega’s ervan op de hoogte zitten.
Naast verschuivingen in de portemonnee gaat er een inhoudelijke revolutie gaande. Microcredentials, korte gecertificeerde eenheden van maximaal 15 EC’s, worden eindelijk serieus omarmd door hogescholen en universiteiten via pilots van de VSNU en Vereniging Hogescholen. In de praktijk houdt dit dat je niet langer meteen een volledige master hoeft te volgen, maar een losse module op masterniveau kunt afronden met een erkend Edubadge. Voor de kritische lezer: pas op met aanbieders die de term microcredential misbruiken voor hun eigen niet-geaccrediteerde mini-cursussen. Controleer altijd of de instelling is aangesloten bij het nationale Edubadges-platform van SURF. Dit belet dat je betaalt voor een papiertje dat in een sollicitatiegesprek direct door de mand valt.
Ook zie ik de opmars van non-formele leerprojecten in publiek-private samenwerkingen. Denk aan Katapult, waar mbo-instellingen, bedrijven en overheden samen zogeheten ‘Leven Lang Ontwikkelen’-loketten inrichten. In plaats van een standaard BBL-traject loop je daar een leerroute op maat, betaald door de werkgever en begeleid door een praktijkopleider uit het bedrijfsleven. Het rendement van dit soort hybride projecten is, op basis van onderzoekscijfers van het ROA, aanzienlijk hoger dan klassiek cursorisch onderwijs, omdat de koppeling met de dagelijkse praktijk direct is geborgd. De keerzijde is wel dat het aanbod per arbeidsmarktregio sterk verschilt en je dus afhankelijk bent van waar je woont of werkt.
Het online leeraanbod in Nederland is explosief gegroeid na de pandemie, maar de kwaliteit ervan loopt even hard uiteen. De grote particuliere opleiders zoals LOI, NTI en NCOI hebben hun klassieke schriftelijke cursussen inmiddels verrijkt met uitgebreide online leeromgevingen. Uit eigen analyse van hun masteraanbod blijkt dat NCOI-studenten relatief tevreden zijn over de flexibiliteit, maar in de Nationale Studenten Enquête scoren deze instituten consequent lager op docentnabijheid en academische uitdaging dan de Open Universiteit of reguliere hogescholen. Mijn bevinding is dat je bij LOI en NTI betaalt voor een sterk gestructureerd traject met veel keuzevrijheid in startmomenten, terwijl de Open Universiteit een wetenschappelijk zwaarder gewicht biedt maar van jou een hoger zelfregulerend vermogen vraagt.
Een andere categorie die ik scherp volg, zijn de platformen voor korte cursussen en microlearning, zoals Soofos, Skillstown en GoodHabitz. GoodHabitz richt zich sterk op soft skills en biedt bedrijven een abonnementsmodel, vaak aangevuld met fysieke workshops. De productiewaarde van hun video’s is hoog, maar de diepgang is bewust beperkt gehouden voor een breed publiek. Soofos daarentegen is een marktplaats waar individuele experts cursussen aanbieden. Hier is de variatie groot: ik ben ronduit onder de indruk van sommige Excel-specialisten en grafisch vormgevers die er lesgeven, maar er zitten ook aanbieders tussen zonder enkele didactische achtergrond. Bekijk daarom altijd het aantal deelnemers, de recensies en de mate van interactie voordat je een aankoop doet.
Een onderschat juweeltje in het Nederlandse online leerlandschap is het aanbod van de bibliotheken en non-profitorganisaties. Via oefenen.nl kunnen volwassenen gratis werken aan taal, rekenen en digitale basisvaardigheden, volledig zonder commerciële bijbedoelingen. Ook de Klik & Tik-cursussen, die worden aangeboden door bibliotheken door het hele land, zijn ideaal voor mensen die een eerste digitale drempel over moeten. Juist omdat deze trajecten niet op winst gericht zijn, is de begeleiding vaak persoonlijker en geduldiger dan bij commerciële aanbieders. Mijn review is helder: ben je op zoek naar basisvaardigheden of een laagdrempelige opstap naar digitaal meedoen, begin dan altijd bij je lokale bibliotheek voordat je geld uitgeeft aan dure trainingen.
Als ik werkgevers spreek over leren op de werkvloer, hoor ik nog te vaak dat een middagtraining het automatische antwoord is op een vaardighedentekort. Effectieve leerprojecten op de werkvloer gaan een stuk verder dan het inhuren van een externe trainer. Ik beveel altijd aan om te starten met een concrete prestatie-analyse: welk waarneembaar gedrag moet er veranderen en hoe toets je dat zes weken na de interventie? Voor het mkb is de SLIM-regeling een onbenut instrument waarmee je tot 25.000 euro subsidie kunt krijgen voor het opzetten van een leercultuur, variërend van het ontwikkelen van leerrijke taken tot het opleiden van interne bedrijfsmentoren. De aanvraagprocedure is sinds 2024 versimpeld en het is geen bureaucratisch moeras meer, maar je moet wel een visie op duurzame inzetbaarheid kunnen formuleren.
Een sterke trend die ik van dichtbij zie slagen, is het concept van de bedrijfsschool, vaak opgezet in samenwerking met regionale mbo-instellingen. Een specifiek voorbeeld is de bouwsector in de regio Zwolle, waar bedrijven gezamenlijk een opleidingscentrum runnen waarin ze eerstejaars bbl-studenten vanaf dag één op echte projecten plaatsen, onder supervisie van een doorgewinterde professional én een onderwijskundige. Het verzuim onder deze studenten ging omlaag er met bijna veertig procent ten opzichte van klassieke bbl-trajecten. Dit model blijkt effectief omdat de leervragen direct uit de dagelijkse praktijk komen en fouten maken in een beschermde, maar wel realistische context kan. Het vereist alleen lef van de werkgever om niet meteen rendement te eisen in de eerste maanden.
Wees je ook bedacht van de valkuil van het zogenaamde ‘intakepraatje’. Veel commerciële trainingsbureaus adverteren met een volledig maatwerktraject, maar bieden je in werkelijkheid een standaardmodule met jouw logo. Vraag tijdens de oriëntatiefase verder op de concrete werkvormen en sta op een proefsessie. Ik herinner me een IT-bedrijf dat een duur agile-scrumtraject startte, terwijl het team al dagelijks met scrum werkte en juist behoefte had aan verdieping op schaalbaarheid. De training had geen enkel resultaat. Laat je niet verleiden door mooie brochures; een goed leerproject begint met een grondige, bij voorkeur wetenschappelijk gestaafde, beginsituatie-analyse. Alleen dan kun je met recht in leren stoppen in plaats van in entertainment.
Ik heb vaak de vraag: “Hoe kom ik erachter of een training of opleiding de investering waard is
Naast het papierwerk is de kwaliteit van docenten een beslissende factor die veel te vaak onderbelicht blijft. Vraag vooraf of je een niet-verplichtend gesprek kunt voeren met de hoofd van de opleiding of bekijk zijn of haar LinkedIn-profiel en publicaties. Ik heb bij diverse EdTech-projecten in het voortgezet onderwijs waargenomen dat de mooiste adaptieve software mislukt zodra de leraar niet getraind is om de data te interpreteren. Een specifiek voorbeeld: het wiskundeplatform DWO van de Universiteit Utrecht is een uitstekend open leermiddel met digitale oefeningen en automatische feedback, maar het effect ervan bleek uit onderzoek van de Universiteit Twente volledig afhankelijk van de didactische regie van de docent. Pas die logica toe op elk leerproject: de beste content is waardeloos zonder een deskundige begeleider die jou of je team écht vooruit helpt.
Let ook kritisch naar de didactische vorm. Ik ben fel tegenstander van wat ik ‘klik-en-klaar-e-learning’ noem, waarbij je uitsluitend pagina’s doorklikt en aan het eind een meerkeuzetoets maakt. Het leerrendement uit zulke projecten is zelden blijvend. Kijk uit naar programma’s die actieve verwerking, peer-feedback en realistische simulaties combineren. Bij het beoordelen van zorgopleidingen zie ik dat simulatieonderwijs met acteurs en virtual reality een aanzienlijk hogere transfer naar de werkvloer oplevert dan theoriemodules zonder praktijkcomponent. Peil bij elk leerproject waar je twijfelt door op de leeractiviteiten, niet op het glossy studiemateriaal. Mijn praktische tip: een aanbieder die trots is op zijn methode, geeft zonder aarzelen een voorbeeldles of demo-module.
In de afgelopen vijf jaar heb ik talloze samenwerkingen tussen scholen en bedrijven beoordeeld, en het patroon is evident: de projecten waarin studenten, docenten én werkgevers samen verantwoordelijkheid dragen voor het curriculum, leiden tot opmerkelijk betere leeruitkomsten. Neem het Techkwadraat-programma, waarin scholen en technologiebedrijven samen lessen vormgeven voor het primair en voortgezet onderwijs. In plaats van een los gastcollege bouwen ze complete lesmodules rondom actuele technologie zoals AI en robotica, met bedrijfsbezoeken die geen open dag zijn maar een echte onderzoeksopdracht bevatten. Leerlingen ontwikkelen er niet alleen technische vaardigheden, maar ook het kritische denkvermogen waar werkgevers om staan te springen. De uitdaging is wel dat dit soort projecten veel tijd vergen van docenten die vaak al overbelast zijn.
Een andere publiek-private parel vind ik de opkomst van practoraten in het mbo. Waar hogescholen lectoraten kennen, hebben mbo-instellingen nu practoren die praktijkgericht onderzoek doen samen met bedrijven en studenten. Ik bezocht recent een practoraat in de zorg, waar mbo-verpleegkundigen in opleiding samen met professionele onderzoekers uitzoeken hoe je valpreventie bij ouderen het beste kunt aanpakken met simpele technologie. Dit is géén gesimuleerde projectweek, maar echt onderzoek dat direct wordt toegepast in de thuiszorg. De meerwaarde is gigantisch: studenten leren onderzoekend werken, het werkveld profiteert van bruikbare innovaties en docenten blijven inhoudelijk scherp. Mijn advies aan beleidsmakers: stop met vrijblijvende stages en bouw dit soort geïntegreerde leer-werktrajecten structureel uit met langjarige financiering.
Ook wil ik een kritische opmerking plaatsen bij de overvloed aan ‘innovatieve samenwerkingen’ zonder didactische onderbouwing. Regelmatig zie ik dat bedrijven een lespakket sponsoren waarin hun product de hoofdrol speelt in plaats van een leervraag. Het fenomeen ‘snoepgoedonderwijs’, waarbij frisdrankmerken lesmateriaal over gezonde voeding leveren, weten we inmiddels; helaas duikt deze belangenverstrengeling in subtielere vorm ook op bij techbedrijven die gratis laptops verstrekken met voorgeïnstalleerde eigen software. Een zuiver publiek-privaat project herken je als aan een onafhankelijke curriculumcommissie met leraren, vakdidactici en onafhankelijke onderzoekers die de kaders bepalen. Zonder die checks and balances verandert het lokaal tot een verlengstuk van de marketingafdeling en raken we kwijt kostbare onderwijstijd.
In de zoektocht naar hoogwaardige leerprojecten vergeten we soms de meest toegankelijke leerplekken die Nederland kent: de bibliotheek en het buurthuis. Vanuit mijn werk bij lokale laaggeletterdheidsprojecten weet ik zeker dat de Taalwinkel in de bibliotheek veel meer levert dan alleen taallessen voor anderstaligen. Er zijn vaak gratis spreekuren voor digitale vaardigheden, hulp bij het invullen van overheidsformulieren en leeskringen die sociale cohesie verbeteren. Het format is laagdrempelig en de stap om binnen te stappen is feitelijk nul. Veel bibliotheken hebben ondertussen ook programma’s zoals DigiTaalhuis, waar je onder begeleiding van getrainde vrijwilligers je basisvaardigheden op niveau 1F of 2F ontwikkelt, precies de grondslag dat nodig is om aan een mbo-opleiding te starten of zelfstandig een gezondheidsapp te toepassen.
Wat ik in de afgelopen tijd extra interessant vind, is de toenemende rol van volksuniversiteiten en buurthuizen bij informeel volwassenenonderwijs. In tegenstelling tot commerciële marktpartijen leveren zij cursussen zoals filosofie, talen en creatieve vaardigheden aanbieden voor prijzen tussen de 80 en 250 euro per reeks, vaak met inbegrip van materiaal. De docenten zijn meestal gepensioneerde vakmensen of gepromoveerde academici die voor hun plezier lesgeven. Bij de Volksuniversiteit Amsterdam zag ik een cursus data-ethiek die inhoudelijk zonder moeite kon concurreren met een hbo-minor, maar die slechts een fractie vereiste. Dit soort onbekende juweeltjes zijn goud waard voor eenieder die vanuit nieuwsgierigheid wil studeren, zonder examendruk of de noodzaak van een examen. Mijn praktische raad: combineer formeel en informeel leren op een slimme manier, want de communicatieve vaardigheden en brede blik die je opdoet in een buurthuisproject zijn moeilijk in een diploma te gieten maar zorgen dat je wendbaarder dan veel certificaat.
Kartal/İstanbul.Çavuşoğlu mh. Spor Sk.-46
info@cihangirzeyrek.com.tr
+90 216 374 0656
Pazartesi — Cuma 9:00 – 18:00
Cumartesi — 9:00 – 17:00
Pazar — Kapalı
“Kaliteli , uzun yıllar hayatınızı geçirebileceğiniz mimari yapılar ortaya çıkarmak”